Met recht Dé partij

De zuivelindustrie is in beweging.

Boterbergen en melkplassen zijn bijna verdwenen. Er zijn geen (zuivel)overschotten meer. Door de aantrekkende wereldeconomie stijgt de vraag naar zuivelproducten. Productiebeperkingen behoren in de nabije toekomst tot het verleden.

Al deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de marktprijzen. Anders dan voorheen zal de vraag het aanbod gaan overtreffen. In een vrije markteconomie is dat van positieve invloed op de prijs. Dit zet momenteel de verhouding tussen veehouders en de zuivelfabrieken en -coöperaties onder druk. De sector is van mening dat de melkprijs die hen wordt geboden in onvoldoende mate trend houdt met de ontwikkeling van de prijs op de wereldmarkt.

De vrije markt doet zijn intrede en veehouders oriënteren zich of zij elders voor de melk een betere prijs kunnen krijgen.

Mr. Te Biesebeek, deskundig op agrarisch recht, wordt regelmatig geraadpleegd, zowel door belangenverenigingen waaronder de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en de Dutch Dairymen Board (DDB) als door individuele veehouders, omtrent de vraagstelling of en, zo ja, onder welke voorwaarden veehouders afscheid kunnen nemen van hun fabriek/coöperatie.

Het antwoord op deze vraagstelling is niet eenduidig te geven.

Hierbij dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de rechtsverhouding met de ‘particuliere fabriek’ enerzijds en de rechtsverhouding met de ‘zuivelcoöperaties’ anderzijds.

‘Particuliere fabriek’

De afspraken, mondeling dan wel schriftelijk, zijn bepalend voor het antwoord op de vraagstelling onder welke voorwaarden de relatie kan worden beëindigd. Anders dan veelal de zuivelcoöperaties kennen de particuliere fabrieken geen zgn. uittreedregeling. Doorgaans is een veehouder enkel gebonden aan een redelijke opzegtermijn, waarvan de duur is overeengekomen dan wel bij het ontbreken van concrete afspraken bepaald wordt door ‘de omstandigheden van het geval’, waaronder de duur van de handelsrelatie. De opzegtermijn kan in laatstbedoelde gevallen oplopen tot zes maanden. Andere (opzeg)beperkingen dan het in acht nemen van een (redelijke) opzegtermijn kent een leveranciersovereenkomst met een particuliere fabriek doorgaans niet.

‘Zuivelcoöperaties’

De rechtsverhouding wordt in het bijzonder bepaald door de inhoud van de statuten. Teneinde een ‘gezonde commerciële basis voor de coöperatie te bewerkstelligen en om haar continuïteit te waarborgen’, mag de coöperatie bepalen dat een veehouder niet ‘zomaar’ de relatie mag beëindigen. Uit Europese regelgeving en rechtspraak volgt evenwel dat de vrijheid van de coöperatie, om leden aan zich te binden, beperkt is. Het staat een gezonde concurrentie in de weg indien een veehouder door voorwaarden voor een lange periode aan de coöperatie wordt gebonden en de vrijheid wordt ontnomen om zich tot een concurrent te wenden. Ontoelaatbaar zijn ondermeer uittreedbeperkingen, of een combinatie hiervan, die ondermeer een extreem lange opzegtermijn (langer dan twee jaar) inhouden of die een lidveehouder bij het beëindigen van het lidmaatschap dwingen aan de coöperatie een uittreedvergoeding te betalen (meer dan 4 % van het in een boekjaar ontvangen melkgeld). Indien door de coöperatie zwaardere drempels voor een veehouder worden opgeworpen om het lidmaatschap te beëindigen dan is dit in strijd met het (Europese)mededingingsrecht. Van een veehouder mag niet een al te grote (financiële) offer worden gevraagd.

Onderzoek

Mr. Te Biesebeek heeft onlangs in opdracht van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond een onderzoek ingesteld naar het antwoord op de vraagstelling hoe de in de statuten van een zuivelcoöperatie opgenomen uittreedbeperkingen zich verhouden met de hiervoor bedoelde regelgeving/richtlijnen van de Europese Commissie. Mr. Te Biesebeek heeft daarnaast de statuten van een willekeurig aantal andere zuivelcoöperaties onder de loep genomen. Ondermeer de navolgende concurrentiebeperkende bepalingen zijn in de statuten van diverse coöperaties terug te vinden:

  • exclusieve leveringsverplichting (allen);
  • opzegtermijn drie maanden tegen einde boekjaar zonder uittreedvergoeding (Friesland Foods u.a.);
  • opzegtermijn drie maanden tegen einde boekjaar én schadevergoedingsverplichting (D.O.C. Kaas u.a.);
  • opzegtermijn een jaar tegen einde boekjaar zonder schadevergoedingsverplichting (D.O.C. Kaas u.a.);
  • opzegtermijn zes maanden tegen einde boekjaar óf tegen 31 maart zonder uittreedvergoeding (Zuivelcooperatie Campina u.a.);
  • opzegtermijn twee jaar tegen 1 april, tegen 1 september of tegen 31 december zonder uittreedvergoeding (Zuivelonderneming Cono b.a.);
  • opzegtermijn drie maanden tegen 1 april én uittreedvergoeding van 4 % van gemiddelde melkgeld-opbrengst in kalenderjaar (Zuivelonderneming Cono b.a.);
  • omzetting ledenbewijzen in certificaten van aandelen (Friesland Foods u.a.);
  • bevoegdheid om te besluiten om ledenkapitaal niet uit te keren (Zuivelcoöperatie Campina u.a.);
  • ledenkapitaal is bij einde lidmaatschap niet opeisbaar: uitbetaling na 1 jaar: 10 %, na 2 jaar: 6 % etc. (Zuivelonderneming Cono b.a.);
  • Obligatierekening kent een looptijd van 15 jaar (Zuivelcoöperatie Campina u.a., Zuivelonderneming Cono b.a.);
  • Geen rentevergoeding over (verplichte) ledenkapitaal (Zuivelonderneming Cono b.a.);

(geen limitatieve opsomming)

De door meerdere coöperaties gehanteerde uittreedbeperkende bepalingen staan op gespannen voet met het Europese mededingingsrecht. Naar overtuiging van mr. Te Biesebeek hanteren een of meerdere coöperaties uittreedbeperkende bepalingen, of een combinatie hiervan, welke strijdig zijn met het mededingingsrecht. In een aantal gevallen wordt van een lid-veehouder bij de beëindiging van het lidmaatschap een te zware (financiële) offer gevraagd. Dergelijke bepalingen zijn ‘nietig’ en hebben derhalve geen rechtsgevolg: een veehouder is niet aan deze bepalingen gebonden.

Meer info? Neem vrijblijvend contact op met mr. Te Biesebeek (038-4223020)