Met recht Dé partij

Vonnis DOC Kaas

Eindvonnis Rb. Assen: D.O.C. Kaas moet aan vertrokken leden alsnog melkgeld uitbetalen.

Op 3 november 2010 heeft de Rechtbank Assen eindvonnis gewezen in het proces tegen zuivelcoöperatie D.O.C. Kaas. Deze procedure is eind 2009 opgestart door 101 melkveehouders, daarin bijgestaan door mr. G.D. te Biesebeek van Te Biesebeek Advocaten in Zwolle.

Eind 2007 heeft een groot aantal melkveehouders – ingegeven door ontwikkelingen op de zuivelmarkt – het lidmaatschap bij D.O.C. Kaas opgezegd.

D.O.C. Kaas heeft in reactie hierop aan elk uittredend lid een bedrag ten titel van schadevergoeding in rekening gebracht en dit bedrag verrekend met het aan de betreffende melkveehouder nog toekomende melkgeld. D.O.C. Kaas meende daartoe gerechtigd te zijn op basis van een in de statuten opgenomen bepaling.

De uittredende melkveehouders hebben middels tussenkomst van mr. Te Biesebeek tegen de door D.O.C. Kaas toegepaste inhouding op het melkgeld geprotesteerd. Enerzijds omdat de inhoud van de tijdens het lidmaatschap van kracht zijnde statuten geen legitieme basis biedt voor de toegepaste inhouding en anderzijds omdat D.O.C. Kaas door het vertrek van een groot aantel melkveehouders geen schade lijdt: er is voldoende aanbod van boerderijmelk op de zuivelmarkt.

Eindvonnis

De Rechtbank Assen heeft de melkveehouders in het gelijk gesteld.

De Rechtbank overweegt dat de (financiële) verplichtingen van leden van een (coöperatieve) vereniging helder en duidelijk moeten zijn vastgelegd. En daarvan is in de statuten van D.O.C. Kaas geen sprake. De betreffende bepaling in de statuten, welke D.O.C. Kaas meende aan de inhouding ten grondslag te mogen leggen, is een open einde regeling en biedt de directie van D.O.C. Kaas de mogelijkheid om dat naar eigen inzichten in te vullen. Een bevoegdheid die dit orgaan van de coöperatie wettelijk gezien niet toekomt.

Bovendien is – doordat er massaal is opgezegd – niet vast te stellen welk deel van de D.O.C. Kaas gestelde schade aan iedere afzonderlijke melkveehouder is toe te rekenen. De vermeende schade is middels een forfaitair bedrag omgeslagen over ieder vertrekkende melkveehouder hetgeen in strijd is met het schadevergoedingsrecht.

Vordering

D.O.C. Kaas heeft bij de vertrekkende leden ten onrechte melkgeld ingehouden. Zij dient dit alsnog uit te betalen. Voor de cliënten van mr. Te Biesebeek komt dit per saldo inclusief rente en proceskosten neer op een bedrag van ruim 1,6 miljoen euro.

“Ik ben zeer content met de uitspraak van de rechtbank. In de eerste plaats omdat cliënten alsnog hun melkgeld uitbetaald krijgen. En daarnaast omdat de rechtbank mijn op voorhand gedane inschatting omtrent de uitkomst van deze procedure en de aan cliënten uitgedragen visie en verwachting heeft bevestigd. En dat is voor een advocaat altijd fijn om te constateren.”, aldus mr. Te Biesebeek.

Lees het complete vonnis