Met recht Dé partij

Ophef over ontslagplannen

Wie de laatste tijd de krant heeft opengeslagen of de radio/televisie heeft aangedaan, zal het niet zijn ontgaan dat het kabinet voorstellen heeft gedaan om de regelgeving ten aanzien van de arbeidsovereenkomst, meer in het bijzonder op het punt van de beëindiging daarvan, te wijzigen.

Het kabinet is tot de conclusie gekomen dat wijzigingen in de regeling van de arbeidsovereenkomst noodzakelijk zijn om te komen tot versterking van de arbeidsparticipatie. De wijzigingen vormen onderdeel van een breder pakket aan maatregelen en bestaan uit een wederzijdse verplichting tot scholing, een vereenvoudiging van de ontslagregeling en maximering van de ontslagvergoeding, en een betere bescherming van mensen met een tijdelijk arbeidscontract.

Ontslagregeling
Het huidige systeem gaat uit – met name in de praktijk – van beëindiging via de rechter of het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Het kabinet wil het mogelijk maken dat de werkgevers, mits daartoe grond is, de arbeidsovereenkomst kunnen beëindigen zonder eerst naar de rechter te hoeven. De werkgever is dan wel verplicht om een vergoeding te betalen aan de werknemer. Bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen is de werkgever niet op grond van de wet verplicht een vergoeding te betalen, indien het ontslag vooraf is getoetst door het CWI. De regeling laat onverlet dat vooral bij collectief ontslag een sociaal plan wordt overeengekomen waarin wel vergoedingen worden afgesproken.

Het voorstel van het kabinet kan beslist ‘vernieuwend’ worden genoemd. Weliswaar bestond al de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst buiten de rechter/CWI om te beëindigen, maar deze mogelijkheid bestond eigenlijk alleen voor de gevallen waarin de werkgever én de werknemer hierover overeenstemming wisten te bereiken (ontslag met wederzijds goedvinden). Het kabinet wil nu dat de werkgever – ook zonder instemming van de werknemer – tot een ‘buiten-procedureel’ ontslag kan komen.

Het kabinet wil de hoogte van de door de werkgever te betalen ontslagvergoeding in de wet vastleggen. De ontslagvergoeding zou neerkomen op een maandsalaris per dienstjaar, vermeerderd met een opslag voor oudere werknemers (bij hen tellen de dienstjaren tussen 40 en 50 anderhalf keer en vanaf 50 jaar twee keer mee voor de berekening van de ontslagvergoeding). De ontslagvergoeding is maximaal gelijk aan een jaarinkomen, tenzij dit jaarinkomen lager is dan 75.000 euro. In dat geval ligt het maximum bij dat bedrag. In geval van oudere werknemers (van 40 jaar en ouder) ligt dit maximum bij 100.000 euro (door de werkgever betaalde scholingskosten worden tot maximaal een kwart van de ontslagvergoeding in mindering gebracht).

Het kabinet heeft aan de werkgevers en werknemers, vertegenwoordigd in de Stichting van de Arbeid, gevraagd haar te adviseren over de voorstellen. Gebleken is dat de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers het volstrekt met elkaar oneens zijn. De werknemers (lees: vakcentrales) wijzen het ontslagplan van de hand omdat het niet deugt wat grondslag en uitwerking betreft. Als het ontslagplan doorgaat, zo zeggen werknemers, dan:

  • staan werknemers sneller op straat
    Het ontslagplan gaat uit van een zeer korte opzegtermijn van slechts vier weken en een onduidelijke hoorprocedure bij de eigen werkgever, die praktisch weinig betekenis zal hebben. De werknemer kan het ontslag weliswaar aanvechten bij de rechter, maar in de praktijk heeft dat weinig zin. Tegen de tijd dat de rechter een besluit heeft genomen, staat de werknemer in feite al op straat. En zie dan maar weer eens terug te komen …
  • is er meer willekeur
    Het ontslagplan vergroot de kans op willekeur. Een werkgever die een ontslagvergoeding betaalt, mag namelijk zelf bepalen wie hij op de ontslaglijst zet. Nu gelden er nog strakke regels wie er bij een reorganisatie als eerste wordt ontslagen.
  • krijgen minder werknemers een ontslagvergoeding
    Het ontslagplan zal ervoor zorgen dat minder werknemers kunnen rekenen op een ontslagvergoeding. Als het gaat om ontslag om ‘bedrijfseconomische redenen’ (een rekbaar begrip), hoeven werkgevers geen ontslagvergoeding te betalen. Voor de werkgevers wordt dat wel een heel aantrekkelijke route.
  • krijgen werknemers een lagere vergoeding
    De ontslagvergoeding pakt in veel gevallen lager uit. Vooral als de werknemer een gemiddeld inkomen heeft en al wat langer bij hetzelfde bedrijf werkt, zal dat gemerkt worden. De vergoeding is namelijk aan een maximum verbonden. Bovendien worden door de werkgever betaalde scholingskosten op de ontslagvergoeding in mindering gebracht.

Ook de werkgevers hebben zo hun bedenkingen bij het ontslagplan van het kabinet. Zij vrezen dat het plan misbruik in de hand zal werken. Kwaadwillende en disfunctionerende werknemers zouden volgens de werkgever beloond worden; ook aan deze werknemers moet de werkgever de wettelijke vastgestelde vergoeding betalen. En deze vergoeding kan hoger zijn dan het bedrag waarop de kwaadwillende of disfunctionerende werknemer onder het huidige systeem wellicht aanspraak kan maken. Om te voorkomen dat werkgevers zich onredelijk ‘scheel’ betalen hebben zij het kabinet voorgesteld om:

  • ook werknemers met een lager inkomen (ongeacht hun leeftijd) maximaal een jaarsalaris mee te geven;
  • bij het ontslag van een werknemer in plaats van één maandsalaris per dienstjaar een halve maand uit te keren;
  • de ontslagvergoeding te verhogen naar driekwart maandloon als de werkgever te weinig heeft geïnvesteerd in scholing.

Nu is het woord aan de politiek. Het is de verwachting dat het kabinet rond Prinsjesdag bij de bespreking van de Miljoenennota bekend maakt of zij haar hoofdlijnenverhaal gaat omzetten in wetgeving. Een eventueel wetsontwerp moet eerst voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State. Het is dan nog niet openbaar. Dan volgt, na eventuele aanpassing aan de kritiek van de Raad van State, indiening en openbare behandeling door de Tweede en Eerste Kamer. Kortom, er is nog een lange weg te gaan alvorens de plannen van het kabinet daadwerkelijk tot wetgeving zijn verheven. En of alle commotie rondom het ontslagplan van het kabinet terecht is? Welnu, dat zal de toekomst en de praktijk moeten uitwijzen.

Voor al uw vragen op het gebied van arbeidsrecht in het algemeen en ontslagrecht in het bijzonder kunt u terecht bij Mr. J.C.F. Kooijmans