Kinderalimentatie | Te Biesebeek Advocaten Zwolle

Sinds begin 2013 is de wijze waarop kinderalimentatie wordt vastgesteld ingrijpend veranderd. Zo zijn er veranderingen ten aanzien van de vaststelling van de behoefte, alsook ten aanzien van de vaststelling van de draagkracht.

 

Behoefte

In tegenstelling tot voorheen wordt het kindgebonden budget niet langer verwerkt bij de draagkracht, maar in de vaststelling van de behoefte. Op deze wijze wordt het kindgebonden budget volledig toegerekend aan het kind of de kinderen. Zo moet het netto besteedbaar inkomen dat de alimentatiegerechtigde en de alimentatieplichtige tijdens het huwelijk / de samenwoning hadden, vermeerderd worden met het kindgebonden budget waar zij ten tijde van het huwelijk / de samenwoning (eventueel) recht op hadden. De som hiervan bepaalt de behoefte van de kinderen. Nadat de behoefte is vastgesteld, moet hierop het kindgebonden budget, waar de ouder waar het kind verblijft na het uiteengaan aanspraak op kan maken, in mindering worden gebracht. Wat resteert is het eigen aandeel van de ouders in de kosten van het kind.

 

Voor de vaststelling van de behoefte wordt gebruik gemaakt van vastgestelde tabelbedragen. In deze tabelbedragen zijn alle normale kosten, zoals die voor voeding en kleding, begrepen. Bepaalde extra kosten zijn echter zo uitzonderlijk dat deze niet begrepen kunnen zijn in de standaardbedragen voor de kosten van kinderen. In welke gevallen de standaardbedragen (naar boven toe) moeten worden bijgesteld, kan slechts in globale termen worden aangegeven, omdat allerlei kosten/activiteiten uitwisselbaar zijn. Wanneer bijvoorbeeld in de kosten van kinderen een bepaald bedrag begrepen is voor ‘ontspanning’, kan dat bedrag op verschillende manieren worden ingevuld: van voetbal tot paardrijden of van computergame tot vioolles. Voorts blijkt dat hogere uitgaven aan de ene uitgavenpost samengaan met lagere uitgaven aan een andere post. Met andere woorden, wanneer een gezin meer dan gemiddeld aan kleding besteedt, hoeft dat niet te betekenen dat er voor de post kleding een correctie moet plaatsvinden. Gebleken is namelijk dat men zich hiervoor bezuinigingen getroost op een andere post.

 

Draagkracht

Voor de vaststelling van kinderalimentatie is het netto besteedbaar inkomen van de alimentatieplichtige het uitgangspunt. De kosten en voordelen met betrekking tot de eigen woning dienen daarbij buiten beschouwing te worden gelaten. Redelijke lasten worden slechts forfaitair in aanmerking genomen. Met een eventuele nieuwe partner van de alimentatieplichtige wordt vooralsnog bij de vaststelling van kinderalimentatie geen rekening gehouden.

 

Op forfaitaire wijze (dus niet langer op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten) wordt rekening gehouden met de woonlasten, de ziektekosten en (eventueel) onvoorziene uitgaven. Op basis van de formule:

 

€ 25,= voor één kind / € 50,= voor twee of meer kinderen  bij NBI tot € 1.250,=

draagkracht = 100% [NBI - (0,3 x NBI + 800)]                   bij NBI van € 1.250,=

draagkracht = 90% [NBI - (0,3 x NBI + 800)]                     bij NBI van € 1.300,=

draagkracht = 80% [NBI - (0,3 x NBI + 800)]                     bij NBI van € 1.350,=

draagkracht = 70% [NBI - (0,3 x NBI + 800)]                     bij NBI van € 1.400,=

draagkracht = 70% [NBI - (0,3 x NBI + 825)]                     bij NBI van € 1.450,=

draagkracht = 70% [ NBI - (0,3 x NBI + 850)]                    bij NBI van € 1.500,= en hoger

 

NBI = netto besteedbaar inkomen

 

kan de draagkracht van de alimentatieplichtige worden vastgesteld.

 

De te betalen kinderalimentatie wordt begrensd door de vastgestelde draagkracht en behoefte. De laagste van de twee maximeert de alimentatie.

 

Draagkrachtvergelijking

Indien beide ouders na de (echt)scheiding een inkomen hebben dat hoger is dan de bijstandsnorm voor een alleenstaande, dient ter bepaling van ieders aandeel een draagkrachtvergelijking te worden gemaakt op basis van de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte. Een draagkrachtvergelijking kan achterwege blijven als de gezamenlijke draagkracht van de ouders lager is dan de behoefte van het kind. Dan wordt de bijdrage van de onderhoudsplichtige ouder beperkt tot diens draagkracht.

 

Zorgregeling

De kosten van de zorgregeling (omgangsregeling) worden bepaald aan de hand van de behoefte en het gemiddeld aantal dagen per week - vakanties meegerekend - dat het kind doorbrengt bij of voor rekening komt van de ouder waar het kind niet zijn hoofdverblijf heeft. De gedachte hierachter is dat de feitelijke zorgverdeling ertoe leidt dat de ouder waar het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, voor een deel niet in de behoefte van het kind hoeft te voorzien, omdat de andere ouder daar in natura in voorziet in de periode dat het kind bij hem verblijft. Om die reden dalen de kosten die de verzorgende ouder ten behoeve van het kind heeft. Uitgangspunt hierbij is en blijft dat de ouder waar het kind hoofdverblijf heeft, de vaste lasten voldoet, zoals schoolgeld, contributie voor sport en dergelijke.

 

Als vuistregel worden de zorgkosten uitgedrukt in een percentage van de behoefte, hetgeen de zorgkorting oplevert:

 

  • gemiddeld 1 dag per week                                        15%
  • gemiddeld 2 dagen per week                                    25%
  • gemiddeld 3 dagen per week                                    35%

 

De zorgkorting bedraagt ten minste 15% van de behoefte, omdat ouders onderling en jegens het kind het recht en de verplichting hebben tot omgang en in ieder geval tot dat bedrag in de zorg zou kunnen voorzien. Maken de ouders andere afspraken over de kosten- en zorgverdeling, dan kunnen zij een ander percentage hanteren. Na het maken van de draagkrachtvergelijking, wordt de zorgkorting in beginsel in mindering gebracht op het aldus berekende aandeel.

 

Afwijkingen

In de volgende gevallen wordt afwijking van bovengenoemd rekenmodel aanbevolen:

 

  • verwijtbaar, niet voor herstel vatbaar inkomensverlies van de onderhoudsplichtige;
  • extra lasten in verband met verplichtingen die de onderhoudsplichtige niet uit het draagkrachtloos inkomen kan voldoen;
  • schuldsanering
  • verpleging in een AWBZ-instelling.