Voor verhuurders van winkelruimte, horecapanden en andere middenstandsbedrijfsruimten gelden strikte regels bij het beëindigen van een huurovereenkomst. De wettelijke opzeggingsbescherming van 7:290 BW biedt huurders namelijk vergaande bescherming tegen beëindiging van de huur. Dat betekent dat een verhuurder een huurovereenkomst niet zomaar kan opzeggen, zelfs niet wanneer de huurtermijn is verstreken.
In deze blog leggen wij uit hoe de opzeggingsbescherming van 7:290 BW werkt, welke opzeggingsgronden beschikbaar zijn en welke procedure een verhuurder moet volgen om een huurovereenkomst rechtsgeldig te beëindigen.
Opzeggingsbescherming: gronden voor opzegging
Door de wettelijke huurtermijnen en de opzeggingsbescherming kan een verhuurder een huurovereenkomst van 7:290 BW niet zomaar beëindigen. Over het algemeen geldt een eerste huurtermijn van vijf jaren. Na afloop van deze termijn kan de verhuurder de huurovereenkomst op basis van een van de volgende gronden opzeggen:
- de bedrijfsvoering van de huurder is niet geweest zoals van een goed huurder mag worden verwacht; of
- de verhuurder heeft het gehuurde dringend nodig]voor eigen gebruik.
Nadat ook de tweede huurtermijn van vijf jaren is verstreken, krijgt de verhuurder er twee opzeggingsgronden bij, namelijk:
- de huurder stemt niet in met een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst (wijziging van de huurprijs valt hier niet onder);
- de verhuurder wil een functie verwezenlijken die past binnen het geldende omgevingsplan.
Mocht een verhuurder geen succesvol beroep op een van de opzeggingsgronden kunnen doen, dan kan een verhuurder na afloop van de tweede huurperiode de rechtbank verzoeken de huurovereenkomst te beëindigen met een beroep op de belangenafweging. Hierbij kunnen ook belangen worden meegenomen die buiten de opzeggingsgronden vallen. Let wel, het belang van een verhuurder om een hogere huurprijs te vragen, mag niet worden meegenomen in de belangenafweging. De verhuurder dient hier een andere procedure voor te volgen.
Procedure bij opzegging huurovereenkomst 7:290 BW
De verhuurder dient de huurovereenkomst schriftelijk op te zeggen, waarbij hij een beroep doet op een (of meerdere) van de opzeggingsgronden. De huurder heeft vervolgens zes weken de tijd om aan te geven of met de opzegging van de huurovereenkomst wordt ingestemd.
Stemt de huurder niet in, dan dient de verhuurder de beëindiging van de huurovereenkomst bij de rechter af te dwingen. Tijdens deze procedure kan de verhuurder alleen een beroep doen op de opzeggingsgronden zoals opgenomen in de opzeggingsbrief.
Kortdurende huurovereenkomsten
In geval van een huurovereenkomst van 2 jaar of korter zijn de opzeggingsgronden en de hierboven genoemde procedure tot beëindiging van de huurovereenkomst niet van toepassing.
Juridisch advies opzeggingsbescherming
Een procedure rondom de beëindiging van een huurovereenkomst van 7:290 BW bedrijfsruimte vereist een zorgvuldige aanpak. Een onjuiste opzeggingsbrief of een onvolledige onderbouwing van de opzeggingsgronden kan grote financiële gevolgen hebben voor een verhuurder.
Al meer dan 35 jaar adviseren wij huurders en verhuurders over de beëindiging van huurovereenkomsten. Wilt u een huurovereenkomst van 7:290 BW beëindigen of advies over uw positie? Neem dan vrijblijvend contact op met een van de specialisten op het gebied van huurrecht van Te Biesebeek Advocaten in Zwolle. Onze specialisten kunnen u voorzien van een goed advies en u bijstaan in een eventuele gerechtelijke procedure.
Lees meer:
